Als ouders uit elkaar gaan, betekent dat voor kinderen een grote verandering in hun leven. Er zal door de ouders een keuze gemaakt moeten worden over de woonplaats van de kinderen. Bij welke ouder gaan / blijven zij wonen?
In de meeste gevallen krijgen de kinderen hun vaste woonplaats bij één van de twee ouders en wordt er een omgangsregeling afgesproken met de niet-verzorgende ouder. De meest voorkomende variant daarin is, dat de kinderen een weekend per veertien dagen en de helft van de (school)vakanties bij de andere ouder verblijven.
Omdat alle betrokkenen erg aan zo´n nieuwe situatie moeten wennen komt het regelmatig voor dat de start van een omgangsregeling met nogal wat moeilijkheden gepaard gaat.
Een verhuizing naar een andere stad, het ontstaan van nieuwe gezinsbanden, verschil van mening over de structuur van de opvoeding kunnen soms aanleiding zijn een omgangsregeling te laten wijzigen.
Wanneer het niet lukt om dat in onderling overleg af te spreken, kan aan de Rechtbank worden verzocht een omgangsregeling vast te leggen die het beste past bij de situatie. De Rechtbank kan zich in een dergelijke situatie laten adviseren door de Raad voor de Kinderbescherming. Mede daarom kan het vaak lang duren voor een omgangsregeling is vastgelegd of gewijzigd.
Het adviesrapport van de Raad voor de Kinderbescherming wordt door de Rechtbank met de ouders en hun advocaten besproken voordat er een besluit wordt genomen. Het is een wijdverbreid misverstand dat de kinderen de laatste stem hebben. Kinderen van 12 jaar en ouder worden wel door de Rechtbank uitgenodigd om te vertellen wat hun mening is over de omgang. Met hun mening wordt ook rekening gehouden.
home of terug naar familierecht