Er kunnen zich in de opvoeding van minderjarige zodanige problemen voordoen, dat het in hun belang is -al dan niet tijdelijk - buiten het eigen gezin te wonen. Dat kan zijn in een (netwerk)pleeggezin of in een instelling voor jeugdigen.
In gevallen waarin een ondertoezichtstelling van een minderjarige onvoldoende baat geeft voor het kind, kan de Raad voor de Kinderbescherming aan de Kinderrechter verzoeken een minderjarige uit huis te plaatsen. De Raad voor de Kinderbescherming doet dat dan op verzoek van de gezinsvoogdijinstelling. Een machtiging voor het uit huis plaatsen van een minderjarige kan voor maximaal 12 maanden worden
afgegeven. Mocht het belang van de minderjarige dan nog steeds zijn gediend met een uit huis plaatsing, dan wordt door de gezinsvoogdijinstelling om een verlenging verzocht.
Een uit huis geplaatste minderjarige woont dan bij een (netwerk)pleeggezin of in een instelling voor jeugdigen. Voor zowel kinderen als hun ouders is dat vaak een zware ingreep in het persoonlijk leven. Daarom gaat de wet er van uit, dat uit huis plaatsen het uiterste middel is om kinderen in een voor hun juiste omgeving op te voeden. Samen met uw advocaat kunt u bespreken of in uw situatie inderdaad geen andere oplossingen zijn te vinden.
home of terug naar familierecht